De 3-2-1-methode is de meest gebruikte manier om spareribs op de kamado te bereiden, en de naam verklaart zichzelf: drie uur roken, twee uur verpakt stomen en een laatste uur lakken. Reken op zes uur in totaal, waarvan je er vijf niets hoeft te doen.
Verwijder eerst het vlies aan de botkant van het rack. Schuif een botermesje onder het vlies, pak het beet met een stuk keukenpapier en trek het er in één beweging af. Laat je dit zitten, dan wordt die kant taai en dringt de rook er niet doorheen. Smeer de ribs daarna dun in met mosterd en bestrooi ze rijkelijk met rub.
Drie uur roken op 110 °C
Stook je kamado op naar 110 °C, plaats de plaatsetter en een drippan, en leg twee blokken rookhout tussen de kolen. Hickory geeft een stevige rooksmaak, appel is milder. Leg de ribs met de botkant naar beneden op het rooster en laat ze drie uur onaangeroerd liggen.
Leg daarna elk rack op een dubbel vel aluminiumfolie. Verdeel er wat boter, bruine suiker en een scheut appelsap over, vouw het pakket luchtdicht dicht en leg het terug. In die twee uur stoomt het vlees gaar en laat het los van het bot.
Haal de ribs uit de folie – voorzichtig, er zit kokendhete stoom in – en leg ze terug op het rooster. Bestrijk ze met BBQ-saus en herhaal dat elk half uur. Na dit laatste uur is de saus ingedroogd tot een glanzend, plakkerig laagje. Snijd de ribs los tussen de botten en serveer ze direct.
Eet smakelijk!