Vis op de barbecue heeft bij veel mensen een slechte naam, meestal omdat het aan het rooster blijft plakken. Op een kamado is dat zo opgelost: je gaart de zalm indirect op een cederhouten plank of een stuk bakpapier, zodat je hem nooit hoeft te keren.
Gebruik je een cederhouten plank, leg die dan minimaal een uur van tevoren in water. Een natte plank smeult en geeft de zalm een subtiele houtsmaak; een droge plank vat gewoon vlam.
Indirect op 160 °C
Meng de honing, mosterd, olijfolie en fijngesneden dille tot een gladde marinade. Dep de zalmfilet droog, bestrooi hem met zout en peper en bestrijk hem royaal met het mengsel. Laat de vis een kwartier staan terwijl je de kamado opstookt naar 160 °C met de plaatsetter erin.
Leg de zalm met de velkant naar beneden op de geweekte plank en schuif die op het rooster. Wil je wat extra rooksmaak, leg dan een klein blokje rookhout tussen de kolen – elzen of appel, want hickory is voor vis te overheersend. Sluit het deksel.
Na vijftien tot twintig minuten is de zalm klaar. Je ziet het aan de vis zelf: hij wordt lichter van kleur en de schubjes laten los als je er met een vork in prikt. Bij 50 °C kerntemperatuur is hij glazig en sappig, bij 55 °C stevig doorbakken. Serveer met een partje citroen.
Eet smakelijk!